welkom bij de Nederlandse Vereniging voor Hart en Vaat Verpleegkundigen


Werkgroep Interventiecardiologie

FUNCTIEPROFIEL

Voor filmpje klik op de afbeelding

Klik hier

Voor dia presentatie in pdf op de afbeelding

IV


  1. Inleiding:

 

Welkom op de site van onze (nieuwe)werkgroep! Wij zijn verheugd ons te mogen profileren onder de “vleugels”van de NVHVV en zullen de komende maanden hard aan het werk gaan om een gericht activiteitenplan op de kaart te zetten en zullen jullie via deze site en de bijbehorende links op de hoogte houden.

 

a.    Verleden

 

Sinds 1977, toen Dr. Andreas Grunzig in Zurich (Zwitserland)de eerste percutane coronaire ballondilatatie uitvoerde bij een hartpatiënt heeft er een grote verandering plaatsgevonden in de opzet van een hartcatherisatieafdeling. Naast het uitvoeren van een diagnostische invasieve hartkatheterisatie werd nu ook “gedotterd”.  Hiermee wordt bedoeld een percutane coronaire interventie (PCI) met als doel de doorbloeding van de kransslagaders te herstellen (revascularisatie).  

In ons land vormen hart- en vaatziekten nog altijd de belangrijkste doodsoorzaak, met ongeveer 48 000 sterfgevallen per jaar. Daarmee komt een op de drie sterfgevallen voor rekening van dit type aandoeningen.

Het aantal percutane coronaire interventies is sneller gegroeid dan de Gezondheidsraad in een advies uit 1995 had aangenomen. De ingreep wordt steeds vaker toegepast bij vernauwingen van de coronaire arteriën. Verwacht werd dat in 2000 12000 PCI’s verricht zouden worden, terwijl het er 17 000 bleken te zijn. In 2005 is dit aantal opgelopen tot   32 000. Voor de komende jaren wordt een verdere groei verwacht, tot ruim  40 000 interventies in 2010.

b.    Heden

Deze groei treedt op doordat PCI vooral bij het acute of dreigende hartinfarct wordt toegepast en daarnaast bij een flink deel van de patiënten met ééntaks- en tweetaksvernauwingen de chirurgische ingreep (CABG) vervangt. Een belangrijke ontwikkeling hierbij is de toepassing van stents. Die techniek heeft de kans op terugkeer van de vernauwing (restenose) namelijk gunstig beïnvloed.

Enerzijds is de toename van interventies  het gevolg van de vergrijzing van de bevolking, waardoor ziekten die vooral op latere leeftijd optreden zoals hart- en vaatziekten, vaker voorkomen. Verder is er een toename van specifieke aandoeningen, zoals diabetes mellitus, die op hun beurt het risico van hart- en vaatziekten weer vergroten.

Anderzijds is de toename van het aantal interventies voor hart- en vaatziekten ook het gevolg van het succes en de uitbreiding van de therapeutische mogelijkheden zelf, met name in de afgelopen tien jaar. Zo konden meer oudere patiënten en patiënten met bijkomende ziekten (comorbiditeit) op een verantwoorde en effectieve wijze behandeld worden.

Deze ontwikkeling in de behandelmogelijkheden voor patiënten met hart- en vaatziekten van vraagt om voortdurende aandacht voor uitbreiding van het aantal gespecialiseerde behandelcentra. Kwaliteit, doelmatigheid en toegankelijkheid moeten daarbij centraal staan.

c.    Toekomst ten aanzien van

Kwaliteit:

Behandelcentra zullen moeten voldoen aan (minimum)eisen voor het aantal gekwalificeerde behandelaren, de infrastructuur en het aantal ingrepen dat jaarlijks nodig is om verantwoord te kunnen (blijven) werken. Van individuele beroepsbeoefenaren mag worden verwacht dat zij zich door opleiding, nascholing en onderhouden van hun vaardigheden blijven kwalificeren voor hun zorgtaken. Voor individuele centra geldt dat de kwaliteit in al zijn aspecten periodiek getoetst moet worden door middel van visitaties. Met deze vorm van kwaliteitstoetsing is in ons land al een start gemaakt in diverse interventie centra.

Wat echter in Nederland nog ontbreekt, is een landelijk registratiesysteem van gegevens uit alle hartchirurgische en PCI-centra. Een dergelijke registratie zou het mogelijk maken de resultaten van behandeling per centrum en per individuele behandelaar inzichtelijk te maken. Een systeem dat openbaar en transparant is, zal de patiëntveiligheid en kwaliteit van de ingrepen ten goede komen.

Zo´n systeem zou ook in ons land ontwikkeld moeten worden. Het is aan de beroepsgroep om dat op te zetten, en aan de overheid om dat te faciliteren en te controleren. Deelname aan een registratiesysteem zal verplicht moeten worden gesteld en deel moeten worden van de vergunningseisen.

 Geïntegreerde behandeling stimuleren:

Er is een groeiende behoefte om hartpatiënten te behandelen in centra waar alle (complexe) vormen van zorg onder één dak aanwezig zijn. Geïntegreerde zorg in gespecialiseerde centra moet dan ook een aandachtspunt worden. De betrokken specialismen kunnen daar nauw samenwerken, en de behandeling afstemmen met de paramedische medewerkers.

Cardiale zorg regionaal organiseren:

Het is  wenselijk dat zorginstellingen in de nabije toekomst hun bijdrage aan de behandeling van hartpatiënten binnen één regio steeds meer op elkaar gaan afstemmen. Dit moet zeker gelden voor de opvang van patiënten met een acuut infarct – daarbij is een goed samenspel tussen PCI-centra, andere ziekenhuizen met een acute opvangfunctie, huisartsen en ambulancediensten essentieel.

 

2.   Historie bestaande werkgroepen WIL(werkgroep interventie lab’s )en WICN(werkgroep interventie cathlabmedewerkers Nederland):

De WIL bestaat sinds begin jaren 90 met daarin vertegenwoordigd de meeste in interventiecentra door de afdelingshoofden of waarnemend hoofden. In de loop der jaren zijn er al vele  leden opgevolgd en vervangen door nieuwe leden maar de laatste 5 jaar is er een vaste kern van enthousiaste hoofden die zich op meerder vlakken inzet voor onze beroepsgroep. Een van de speerpunten was het ontwikkelen en beschrijven van een beroepsprofiel voor cathlabmedewerkers. Een tijdrovende bezigheid destijds en helaas nu alweer ver achterhaald mede door de ontwikkelingen in het werkveld van de interventiecardiologie, die in een hoog tempo voortschrijden. Een ander speerpunt is de organisatie van het Nederlands-Vlaams cathlabsymposium, dat in afwisseling  met de Vlaamse cathlabverening 1 x in de twee jaar in Nederland georganiseerd wordt. Dit geschiedt per toerbeurt door 1 van de interventiecentra, die actief participeren bij de WIL. De planning ligt reeds vast voor de komende jaren want de ervaring leert dat  dit eveneens een zeer tijdrovend project is voor een afdeling om dit met de medewerkers naast de dagelijkse werkzaamheden uit te kunnen voeren. 

De vergaderfrequentie is 5 a 6 x per jaar waarvan 3 x samen met de WICN. Tijdens deze gezamenlijke vergaderingen wordt over en weer gesproken over onderwerpen die de WICN voor de WIL inventariseren kan.

De WICN is ontstaan in 1999 op initiatief van een groep cathlabverpleegkundigen, die een gezamenlijk bezoek brachten in de VS ter inventarisatie van de contrasttoedieningssystemen. Terug in Nederland werd een mailing met oproep tot verenigen naar alle interventiecentra gestuurd en met de hulp en inzet van een aantal enthousiaste cathlabmedewerkers is de WICN ontstaan.  Het doel was en is om vanuit de werkvloer en dagelijkse praktijk onderwerpen ter tafel te brengen zoals protocollenuitwisseling, opzetten van enquêtes o.a.  over stralingsbelasting-en bescherming, contrastmiddelenverbruik-en gebruik, bereikbaarheids-en beschikbaarheidsdiensten, het gebruik van closuredevices en een inventarisatie van prijsververgelijking bij het disposable afdekmateriaal.

  1. Doel aansluiting van de WIL en WICN bij de NVHVV

ü  Deskundigheidsniveau interventiecathlabmedewerkers continueren/cq bevorderen

ü  Participatie in opleiding-en bijscholing

ü  Vastleggen en herzien functie-en beroepsprofiel interventiecathlabmedewerker

ü  Uitwisselen deskundigheid en werkervaring met diverse werkgroepen binnen de cardiologie

  1. Activiteiten

ü  Bevorderen van het deskundigheidsniveau van interventiecathlabmedewerkers door middel van de aanzet tot de opleiding tot interventieverpleegkundige/laborant (UMCG) te  Groningen. Een initiatief dat voortkomt uit de WIL en uitgewerkt is door het Wenckebach opleidingsinstituut in het UMCG. Het is een specialistische vervolgopleiding van 1 jaar die deel uitmaakt van het cluster Acute Zorg

ü  De opzet en organisatie van een jaarlijkse bijscholing  voor ervaren interventiecathlabmedewerkers:  “Verdieping Interventiecardiologie” verzorgd door het opleidingscentrum EMC Rotterdam en de afdeling interventiecardiologie in het EMC

ü  Nederlands/Vlaams Cathlabsymposium (1 x in de twee jaar): een symposium bezocht door circa 600-700 deelnemers met een zeer gevarieerd programma: zowel de interventicardiologie als de elctrofysiologie wordt in het programma opgenomen.

ü  Herzien-en herschrijven van het functie/beroepsprofiel interventiecathlabmedewerker

ü  Bevorderen van en  zelf publiceren van relevante artikelen in het vakblad Cordiaal

ü  Opzetten van een website voor onze doel-en beroepsgroep met links naar de VCV(=Vlaamse cCathlab Vereniging), PCR Nurse Council, ESC, European Soc. Of Cardiology en European Journal of cardio vascular Nursing LINKS MAKEN!!!

ü  In samenwerking met de NVHVV bevorderen en structureren van accreditatie

ü  Actief werven van leden voor de NVHVV zowel binnen de eigen aangesloten interventiecentra als op symposia

  1. Samenstelling leden:

De werkgroep bestaat uit 8 actieve leden, deels gekozen vanuit de WIL en deels vanuit de WICN om een zo breed mogelijke vertegenwoordiging te hebben. De leden hebben merendeels een verpleegkundige achtergrond eventueel met aanvullend IC/CCU ervaring.

Voorzitterschap(duaal) wordt vertegenwoordigd door:

Marjo de Ronde: (WIL) afdelingscoördinator
Afdeling Interventiecardiologie Erasmus MC Rotterdam

Lex Lakerveld: (WIL) waarnemend hoofd
Afdeling Interventiecardiologie Catharinaziekenhuis Eindhoven

Secretaris:

Alexander Laurenssen: (WIL) BBIC/CCU Interventieverpleegkundige
Afdeling Interventiecardiologie Catharinaziekenhuis Eindhoven

 

Penningmeester:

 

Pim Peters:  (WIL) teamleider CCU/MC en Interventiecardiologie
CCU-en interventieafdeling cardiologie MCRZ Rotterdam

 

Redactieraad Cordiaal:

 

Nico van den Berg (WICN) BBIC/CCU Interventieverpleegkundige
interventiecardiologie Erasmus MC Rotterdam

 

Congreswerkgroep:

 

Mariette Borgemeester (WICN) BBIC /Interventieverpleegkundige

hartkatheterisatieafdeling AMC Amsterdam

 

Overige leden:

 

Ank Adan, interventieverpleegkundige

hartkatheterisatieafdeling Amphiaziekenhuis Breda

 

Andere functies:

 

Roly Kok:  (WICN), interventieverpleegkundige

 

Zal zich verdiepen in het herzien en herschrijven van het bestaande functieprofiel cathlabmedewerker

hartkatheterisatieafdeling OLVG Amsterdam

 

 

  1. Vergaderfrequentie

 

4 – 5 x per jaar. Aangezien we als werkgroep een geheel nieuwe start gaan maken zal de frequentie dit jaar waarschijnlijk hoger komen te liggen.